19.04
2017 Activiteiten

Soms bekend door de Tour de France, soms door hun rol bij de ontwikkeling van het alpinisme, en soms gewoon vanwege hun prachtige uitzicht: deze 10 plekken in de Franse bergen moet je ooit gezien hebben! 

Berichten
Stemmen

De col du Galibier (Savoie / Hautes-Alpes)

De col du Galibier (2645 meter), op de grens van de departementen Hautes-Alpes en Savoie, is vooral bekend door de Tour de France. Inmiddels is de Tour er 59 keer langsgekomen, waaronder de finish op de top in 2011, de hoogste in de geschiedenis van de Tour. Nog voor het één van de legendarische cols in de “Grand Boucle” werd in 1911, was het al een doorgang tussen de Dauphiné (Frankrijk) en Piemonte-Sardinië voor smokkelaars en vluchtende criminelen.

Het keteldal van Gavarnie (Hautes-Pyrénées)

Het keteldal van Gavarnie is werelderfgoed van UNESCO sinds 1997, en niet voor niets: het is een rotsmuur van 1700m die 14km lang is. Victor Hugo noemde het is zijn beroemde gedicht “Dieu” al “een onmogelijk en buitengewoon object” en een “natuurlijk Colosseum”. Hier vind je de hoogste waterval van Europa (413m hoog), net als de beroemde Brèche de Roland, een 100 meter hoog en 40 meter breed gat tussen de kliffen, met een spectaculair uitzicht. 

De Puy-de-Dôme

Deze vulkaan in het Centraal Massief geeft zijn naam aan het departement waarin het ligt. De vulkaan slaapt al 12.000 jaar. Op zijn top werd in 1876 het eerste weerstation van Frankrijk geopend en in 1956 kwam er een televisietoren. Naast deze historische gebeurtenissen is de top regelmatig voorbij gekomen in de Tour de France, maar vanaf 2012 kun je alleen nog met het tandradtreintje naar boven. 

L’Aiguille du Midi (Haute-Savoie)

De meest zichtbare top vanuit Chamonix (meer nog dan de Mont Blanc) is de Aiguille du Midi, met een hoogte van 3842 meter. In 1818 werd hij al beklommen, maar pas in 1856 werd de top bereikt. De aanleg van de stoeltjeslift vanuit Chamonix in 1955 maakte van de Aiguille du Midi een toeristische bestemming. Nog steeds gaan ieder jaar 540.000 naar boven om te genieten van één van de mooiste uitzichten van de Alpen.

De forten van Esseillon (Savoie)

De vijf forten van Esseillon, genaamd Marie-Thèrèse, Marie-Christine, Victor-Emmanuel, Charles-Albert en Charles-Félix, werden gebouwd op een gletsjergesteente in het Maurienne-dal. De bouw vond plaats tussen 1818 en 1833 en ging volgens de richtlijnen van Marc-René de Montalembert, wat inhoudt dat ze zodanig gebouwd werden, dat ze elkaar beschermen. De forten zijn gebouwd om het Franse leger tegen te houden (destijds maakte dit gebied deel uit van het rijk Savoie, en Frankrijk was buitenland). Toen de Savoie uiteindelijk toch bij Frankrijk ging horen in 1860, waren ze niet meer nodig en uiteindelijk werden ze verlaten in 1945. 

De ballon d’Alsace (Vosges)

Deze top op 1247m ligt aan de zuidkant van het Vogezen-gebergte en geeft een prachtig uitzicht over het Zwarte Woud, de Zwitserse Alpen tot aan de Mont Blanc en de Vogezen zelf. Je vindt er een uiteenlopende fauna, zoals gemzen, valken, raven, lynxen en verschillende soorten bloemen en planten (gele gentiaan, bosbessen…). Verschillende wandelpaden, zoals de GR5, GR7 en GR59 lopen over de Ballon d’Alsace. Ook mountainbikers, paragliders en langlaufers weten de Ballon d’Alsace goed te vinden. 

De Mont-Blanc (Haute-Savoie)

Het hoogste punt van de Alpen, van maar liefst 4810,5 meter, was lang niet altijd zo’n populaire bestemming als vandaag de dag. Tot de 18e eeuw kende men de berg voornamelijk als “de vervloekte berg”, vanwege de “ijsdemonen” die er zouden zitten. De eerste succesvolle beklimming van “het dak van Europa” was in 1786 door Jacques Balmat en Michel Paccard. In 1823 werd daarom de Compagnie des Guides de Chamonix opgericht. Jaarlijks proberen zo’n 25.000 tot 30.000 de top te bereiken, waarvan zo’n 2000 tot 3000 daadwerkelijk slagen. 

De citadel van Mont-Dauphin (Hautes-Alpes)

Staat Briançon vooral bekend om de bouwwerken die Vauban hier heeft uitgevoerd, het meest ambitieuze plan van de beroemde architect was de citadel van Mont-Dauphin. De hertog van Savoie wilde Frankrijk aanvallen, waarop Lodewijk de Veertiende Vauban vroeg een effectief verdedigingswerk te bouwen. Ten zuiden van Guillestre werd dit werk gebouwd, en hoewel er waterputten, buskruitmagazijnen, kerken en zelfs een telescoop zijn gebouwd, is het project nooit afgemaakt en is de stad dan ook nooit bewoond geweest. 

De col du Tourmalet (Hautes-Pyrénées)

De hoogste autopas in de Pyreneeën, op 2115 meter, is de col du Tourmalet. Waar er vroeger alleen herders en pelgrims voorbij kamen, werd er in 1864 door Napoleon de Derde een “Thermale Route” aangelegd. Net als de col du Galibier in de Alpen werd deze col vooral bekend door de Tour de France, en ook in de winter wordt de Tourmalet goed gevonden door wintersporters, die graag komen skiën in het grootste skigebied van de Pyreneeën.

De Meije (Hautes-Alpes)

Deze top van het Ecrins-gebergte (3982 meter) ligt boven het pittoreske La Grave en maakt onderdeel uit van de geschiedenis van bergbeklimming. Er was een heuse strijd gaande om wie de top als eerste zou beklimmen – uiteindelijk lukte het een oudere berggids en een jonge baron. De Meije staat ook bekend om zijn fantastische off-piste-mogelijkheden in de winter. Leuke anekdote: men wilde in 1933 de top van de berg afhalen om er een kuuroord voor tbc-patiënten te bouwen. Uiteindelijk was de top te spits om een er stoeltjeslift te bouwen, waardoor het project niet doorging. 

Foto's : Alessandro Calzolaro, Aurélien Antoine, Choucashoot, Ponchy

Berichten
Stemmen